Radioactiviteit in Rotterdam

Inleiding
Het is algemeen bekend dat de mensheid voortdurend te maken heeft met straling. De voordelen van straling vormen een weldaad voor de mensheid, de nadelen een bedreiging van de individuele mens en van de mensheid als geheel. Verder is de natuur een bron van over het algemeen niet welkome straling. In veel gevallen wegen de nadelen niet op tegen de commerciële belangen. Middels beschikkingen regelt de overheid het toepassen van straling. Een vergunning is een beschikking van de overheid om handelingen te verrichten die volgens de kernenergiewet en de besluiten zijn verboden.
Vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft de wetenschap over kernfysica geleid tot een toename van praktische toepassingen. De atoom- en waterstofbom zijn de eerste grootschalige toepassingen en dat luidde een nieuw tijdperk in. Kerncentrales werden gebouwd voor energie en andere toepassingen. Nieuwe (radioactieve) isotopen werden gemaakt in de kerncentrales die inmiddels minder werkzaamheden uitvoerden voor militaire doeleinden aan het eind van de vijftiger jaren. Kortom een veelheid aan radioactieve materialen vond een weg naar toepassingen in de maatschappij op allerlei gebied. De meeste toepassingen vonden plaats in de geneeskunde, dus in ziekenhuizen, in de industrie en in militaire toepassingen. Het gebruik van deze materialen is tijdelijk Daarna moet de eigenaar er altijd van af zien te komen. Dat is in het algemeen een kostbare zaak. Met de daaraan gepaard gaande kosten werd vaak geen rekening gehouden. De verleiding bestaat dan ook om deze materialen, die vaak een metaalachtig voorkomen hebben, te vermengen met schroot. De waarde van het schroot neemt daardoor toe omdat de radioactieve materialen over het algemeen zwaar zijn en het omringende schroot absorbeert de straling zodat de radioactieve lading niet direct opvalt. Tot het moment waarop een eigenaar (handelaar) in deze keten van hergebruik zich wel bewust wordt van de radioactiviteit en tegelijkertijd van een onevenredig grote dreigende financiële tegenvaller.

De positie van Rotterdam
Rotterdam is de grootste doorvoerhaven van schroot ter wereld. Schroot uit de gehele wereld wordt aangevoerd in bulk en in containers zowel per schip als over de weg. Na sortering vindt het zijn weg verder over de gehele wereld. Onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten metalen zoals hoogwaardige staalsoorten, gewone staalsoorten en non-ferro zoals aluminium. Ongeveer om de twee dagen vindt een melding plaats aan de overheid dat radioactiviteit is aangetroffen in schroot. Het aantal vondsten kan natuurlijk groter zijn.
Behalve in schroot komen radioactieve materialen in andere materialen voor. Ertsen en mineralen bevatten regelmatig hoeveelheden die vergunningsplichtig zijn volgens de kernenergiewet. Hoewel dit zeker niet moet worden gebagatelliseerd, gaan we in dit artikel hier niet verder op in.

De oorsprong van radioactief materiaal in schroot
Telkens zijn er nog nieuwe typen vondsten van radioactieve voorwerpen in schroot. Daarom is de lijst onvolledig. Het is helaas onbekend voor welke toepassingen men in het verleden radioactieve materialen heeft gebruikt. Regelmatig worden vondsten gedaan met de volgende herkomst.
- de olie- en gaswinning. Veel buizen en afsluiters in de olie- en gaswinning raken vervuild door een harde neerslag met radioactieve zouten. In de loop van de tijd treedt een cumulatie op tot gevaarlijke niveaus. Men spreekt van Norm, Naturally Occurring Radioactive Materials en LSA (Low Specific Activity)
- de proces- en petrochemische industrie. Hier worden geconcentreerde bronnen toegepast om bijvoorbeeld niveaus van vloeistoffen te meten. Op een industrie terrein treft men vaak vele bronnen aan. Aan het einde van de levensperiode van de installatie wordt de plant aan slopers overgedragen en vergeet men de bronnen.
-de wegenbouw en baggerindustrie. Hier worden radioactieve bronnen toegepast om de dichtheid van materialen vast te stellen.
- de ziekenhuizen. Alhoewel in Nederland deze toepassing tot het verleden behoort, worden in minder ontwikkelde en/of armere landen Cobalt-60 bronnen gebruikt voor kankertherapie. Dit zijn bijzonder sterke bronnen. Toch wil men hier op een gegeven moment vanaf.

-bliksemafleiders. In het verleden werd in Nederland radium toegevoegd aan bliksemafleiders om het afleidend effect te vergroten door ionisatie van de omringende lucht. Mogelijk vindt deze toepassing in andere delen van de wereld nog steeds plaats. Regelmatig worden bliksemafleiders in het schroot aangetroffen.
-meetinstrumenten. Wijzers en becijfering op wijzerplaten van instrumenten worden/werden vaak van radium voorzien om de afleesbaarheid te bevorderen vooral als weinig zichtbaar licht ter beschikking staat.
-militaire toepassingen. Het probleem hierbij is dat het doel van de toepassing vaak onduidelijk is. Militaire catalogi waarin dit aangeprezen zou kunnen worden, zijn niet in omloop. Behalve meetinstrumenten zijn voorwerpen aangetroffen die het zicht ‘snachts moeten bevorderen zoals vizieren van geweren.
-bronnen en bronhouders uit de industriële radiografie. De bronnen zijn kleine cilinders (< 3mm) van voornamelijk iridium, kobalt, selenium en ytterbium. De activiteit is tijdens gebruik vrij groot tot 100 Curie) Hiervan zijn vele duizenden in de wereld in gebruik. Deze worden gemiddeld om de driekwart jaar vervangen. De bronnen worden geplaatst in bronhouders die de straling moeten absorberen tenzij de straling opzettelijk wordt vrijgemaakt om een opname te maken.
- Vrijwel altijd bestaat de bronhouder van een bron voor industriële radiografie uit verarmd uranium 238. Dit is zeer toxisch. Per bronhouder gemiddeld 25 kg. Omdat de bronhouders van het type S-kanaal betrekkelijk snel slijten worden deze vaak geloosd.
-onderdelen van kernreactoren. Hiervoor wordt vaak hoogwaardig dus duur staal gebruikt. Leidingen en afsluiters, voorzien van een radioactieve oppervlakte laag, komen al dan niet opzettelijk in het schroot terecht. Soms worden onderdelen van reactoren zelf radioactief ten gevolge van de straling in de reactor.
-beplating uit de kunstmest- en andere bulkgoederen industrie. Sommige soorten kunstmest en ertsen bevatten een kleine hoeveelheid radioactief materiaal. Dit kan leiden tot cumulatie tot vergunningplichtige niveaus.
-brandmelders. Een veel voorkomend type brandmelder bevat een bronnetje van het radioactief americium.

Gevolgen van radioactieve materialen en de opgewekte straling voor mens en milieu.

Materialen zijn radioactief wanneer hun atoomkern instabiel is. De kernen vervallen tot nieuwe, andere kernen onder uitzending van straling. De straling kan worden geabsorbeerd door levende organismen. De cellen hiervan kunnen worden veranderd. Dit kan leiden tot verschillende soorten van kanker. Dit zijn allemaal kansen maar als er veel instabiele atomen zijn is het altijd wel een keer raak. In een gram radium zitten ongeveer - 10 met 20 nullen er achter -instabiele atomen In het daarop volgende jaar zullen daarvan ongeveer -10 met 17 nullen er achter- vervallen onder uitzending van straling. Uit dit voorbeeld moet duidelijk zijn dat elk stofdeeltje telt.
Langs twee wegen kan de mens straling absorberen. Via externe bestraling en via inwendige besmetting.
- Bij externe bestraling bevinden de atomen die vervallen zich buiten het lichaam. Als de bron van straling is verwijderd is ook de straling verdwenen. Vergelijk dit met een elektrische lamp die je met een schakelaar kunt uitdoen.
- Bij een inwendige besmetting bevinden de atomen die vervallen, zich in het lichaam. Een besmette persoon draagt dus een aantal instabiele atomen met zich mee. Om de zoveel tijd vervalt een atoom onder uitzending van straling. De tijd tussen het opeenvolgende verval van twee atomen kan variëren van veel korter dan een miljoenste seconde tot langer dan een jaar. Dit hangt af van het aantal atomen en van het soort atoom.
Een inwendige besmetting kan langs verschillende wegen tot stand komen. De meest voorkomende mechanismen zij de volgende.
- Door inhalatie. Bij het inademen worden gasmoleculen of stofdeeltjes met instabiele atomen meegenomen.
- Door ingestie. Stof met instabiele atomen komt via handen en mond in het lichaam.
- Via de voedselketen. Ons voedsel, plant of dier, bevat reeds instabiele atomen die het tijdens de groei heeft opgenomen uit het milieu. Ook dit is een vorm van ingestie. Het verschil is dat de eerder genoemde vorm van ingestie kan worden beheerst door persoonlijke beschermingsmiddelen terwijl dat bij de tweede vorm niet mogelijk is.

Risico’s in de schroothandel
De risico’s in het schrootbedrijf zijn de volgende.
-De werkers lopen een risico op externe bestraling en inwendige besmetting. Vroege detectie van radioactief materiaal en deskundigheid in de omgang er mee zijn van groot belang. De overheidsmaatregelen van een directe meldingsplicht hebben mede als doel ongelukken in de vorm van bestraling en besmetting te voorkomen. Toch is het van belang om ook de werkers een basiskennis te verschaffen.
- Er is een risico dat radioactief materiaal in het milieu komt. Dit kan zijn door onbedoelde onzorgvuldigheid en door opzet. Gedegen voorlichting is nodig om de betrokkenen ervan te overtuigen dat dit absoluut voorkomen moet worden.

-De materialen lenen zich bij uitstek voor het produceren van "vuile bommen". I
n de huidige tijd is dit misschien wel het grootste risico. Malafide individuen kunnen maatschappelijk en individueel bijzonder grote schade aanrichten. Een opzettelijke besmetting in een dichtbevolkt gebied maakt het gebied voor kortere of langere tijd ongeschikt voor bewoning of voor werk. Om een idee te geven: het verdampen van een bronnetje zoals gebruikt in de radiografie kan een gebied met een diameter van enkele kilometers gedurende een jaar onbruikbaar maken.

Conclusie
Iedereen heeft te maken met radioactiviteit. Rond de van radioactiviteit afkomstige straling hangt een waas van geheimzinnigheid dat angst inboezemt. Deze angst zou moeten worden omgezet in voorzichtigheid want die is te allen tijde noodzakelijk, of het nu ertsen, schroot, rookmelders of radiologische opnames en bestralingen in het ziekenhuis betreft. De deskundige moet hierin een belangrijke rol spelen. Enerzijds op het gebied van voorlichting en cursussen aan het publiek en aan personeel dat beroepshalve in aanraking kan komen met straling. En dat zijn bijna alle werkers in de haven. De voorlichting dient zowel het arbeidshygiënische aspect te belichten als het milieuaspect en het aspect van de toepassingen. Bij de laatste dient ook het misbruik door "vuile bommen "te worden inbegrepen.
Anderzijds dienen handelingen met radioactief materiaal en met ioniserende straling alleen te worden uitgevoerd door deskundigen, mensen die hiervoor zijn opgeleid.

H.Hoogstraate                                                                                               
Den Haag, 3-12-2002